Brief 05. van Barbara - Droge worst

Beste,

Dit is een verhaal over een droge worst. 

De worst onder de worst. 
Vettig en prettig, zo eentje die er altijd wel bij kan, in keukens en togen van café's. 
Mmmmmmmmmmmmmmmm.

Welnu.
Er was eens een klein meisje - van twaalf- met heel veel verantwoordelijkheidszin. 
Op een dag ging ze samen met d'r moeder naar het buurtcafé. Daar krijgt het kind steeds wat lekkers. In dit geval: een verse gemberlimonade en een knabbel. 

Ze vroeg om chips, dat kreeg ze. 

Zeven knabbels later was de chips niet meer, haar honger of goesting dan weer wel. Ze keek richting de toog, ik zag een prachtige opflakkerende fonkel in de ogen. En hoewel ik soms goud zou geven om de gedachten van het kind te kunnen lezen, wist ik het daar en toen heel goed. De worst blonk in d'r gezichtsveld, smeekte welhaast om opgegeten te worden.


Een fractie later zag ik iets van een teleurstelling. 'Veggieweek' heette die teleurstelling. In een erg welwillende en goedgezinde bui naar onze planeet toe had ik bij aanvang van de week voorgesteld om eens een veggieweek in te lassen. De deal was: deze week eten we veggie met uitzondering van één uitzondering. Het kind kon dus mee bepalen waar en wanneer we wél eens vlees aten die week en was daar erg enthousiast over. 
Zogezegd zo gedaan.


Het vleesmoment was al achter de rug.
Desondanks vroeg ik: Wil je een droge worst?
Zij: 'Ja, maar nee. Ik wil geen. We aten al vlees deze week.'
Ze was twaalf en zat met een belofte aan onze planeet.
 
En daar was de kous mee af. 

Dit was het verhaal van de droge worst, het meisje dat hem toch niet at en van een kunnen die gewoon vaak een kwestie van willen is. 


(c) Barbara Callewaert